Alles over de vergunningplicht

Waarvoor dient de vergunningplicht, voor wie geldt het, zijn er uitzonderingen en aan welke eisen wordt getoetst?
Op deze pagina vindt u alles over de vergunningplicht, zodat u weet of u vergunning moet aanvragen en u goed voorbereid bent als u een vergunning gaat aanvragen in het kader van de Wet toetreding zorgaanbieders (Wtza).

Ontdek door het invullen van enkele eenvoudige vragen of uw organisatie vergunningplichtig is of niet.

Wat is het doel van de vergunningplicht?

Het systeem van de Wtza-vergunning vervangt het systeem van de WTZi-toelating. Deze vergunning legt meer nadruk op de kwaliteit van zorg en kent geen automatisch toegelaten instellingen meer. Daarbij zijn er meer weigerings- en intrekkingsgronden aan de vergunning verbonden.

Een instelling die vanaf 1 januari 2022 begint met zorgverlening en vergunningplichtig is, moet voor het verlenen van die zorg een Wtza-vergunning hebben, anders is deze in overtreding. 

Er geldt overgangsrecht voor op 1 januari 2022 bestaande zorgaanbieders met een Wtzi-toelating (zij hoeven niets te doen) en voor aanbieders die onder de Wtzi van rechtswege waren toegelaten. Zij hebben tot 1 januari 2024 de tijd een vergunning aan te vragen. Een Zvw-/Wlz-zorginstelling die de drempel van meer dan tien zorgverleners overschrijdt, moet binnen een half jaar een vergunning aanvragen.

Voor wie geldt de vergunnningplicht?

De vergunningplicht geldt voor:

  • zorginstellingen die medisch specialistische zorg (doen) verlenen
  • zorginstellingen die met meer dan tien zorgverleners zorg (zoals omschreven in de Zorgverzekeringswet of Wet langdurige zorg) (doen) verlenen.

De Wtza-vergunning vervangt het systeem van de WTZi-toelating. Deze vergunning legt meer nadruk op de kwaliteit van zorg en kent geen automatisch toegelaten instellingen meer. Daarbij zijn er meer weigerings- en intrekkingsgronden. U ontvangt een vergunning als u aan de geldende voorwaarden voldoet.

Het gaat om instellingen die medisch specialistische zorg verlenen of doen verlenen.

Bij ‘meer dan tien zorgverleners’ telt uitbesteding van zorg mee. Het gaat om het aantal natuurlijke personen die zorgverlener zijn, het aantal fte’s is niet relevant. Een zorgverlener die parttime werkt, telt dus als één zorgverlener.
Als uw instelling bijvoorbeeld werkt met een onderaannemer, tellen we ook het aantal zorgverleners van deze onderaannemer die voor u werken mee. Een stafmedewerker, vrijwilliger of stagiaire telt in dit verband niet mee. Een medewerker die uitsluitend Wmo-ondersteuning of alleen jeugdhulp verleent, tellen we ook niet mee.

Goed om te weten: bij een lege huls-constructie geldt de vergunningplicht voor zowel de hoofd- als onderaannemer. Een 'lege huls' is een zorgaanbieder die zelf geen zorg verleent en uitsluitend zorg doet verlenen door een onderaannemer.

Uitzonderingen op de vergunningplicht

De volgende zorgaanbieders zijn uitgezonderd:

  • zorginstellingen die uitsluitend Wlz-schoonmaak, vervoer, roerende voorzieningen of mobiliteitshulpmiddelen verlenen
  • zorginstellingen die uitsluitend Zvw-(hulpmiddelenzorg, vervoer) verlenen
  • regionale ambulancevoorzieningen die zijn aangewezen als Regionale Ambulancevoorziening (op grond van de Wet ambulancezorgvoorzieningen)
  • de militair geneeskundige dienst
  • inrichtingen (als bedoeld in de Penitentiaire beginselenwet)
  • rijksinstellingen (als bedoeld in de Wet forensische zorg)
  • rijksinrichtingen (als bedoeld in de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen)
  • instellingen die uitsluitend abortuskliniek zijn (met een vergunning op grond van de Wet afbreking zwangerschap)

Eisen

Bij de vergunningverlening wordt aan de volgende eisen getoetst:

  • een onafhankelijk intern toezichthouder (artikel 3 Wtza, indien die eis op de instelling van toepassing is)
  • een dusdanige organisatie dat dit leidt tot het verlenen van goede zorg (denk daarbij aan voldoende kwalitatief als kwantitatief toegerust personeel en materieel, een goede toedeling van verantwoordelijkheden en bevoegdheden alsmede afstemmings- en verantwoordingsplichten, en voor zover nodig voldoende bouwkundige voorzieningen (artikel 3 Wkkgz))
  • een systematische bewaking, beheersing en verbetering van de kwaliteit van zorg (artikel 7 Wkkgz)
  • een interne procedure, waarin stapsgewijs wordt aangegeven hoe wordt omgegaan met signalen van incidenten (artikel 9 Wkkgz)
  • een regeling financiële bedrijfsvoering (artikel 40a, eerste lid, Wmg)
  • financieel gescheiden administratie van zorgactiviteiten van andere beroeps- of bedrijfsmatige activiteiten (artikel 40a, tweede lid, Wmg)
  • een ordelijke en controleerbare financiële administratie (artikel 40a, vierde lid, Wmg)
  • rechtmatig declareren (artikel 35, eerste , tweede, zesde en zevende lid, Wmg)
  • een cliëntenraad (artikel 2, eerste lid Wmcz 2018, indien die eis op de instelling van toepassing is).

Als niet aannemelijk is dat aan deze eisen wordt voldaan, wordt de vergunning geweigerd.

Daarnaast kan het CIBG een VOG van de rechtspersoon (of van de eigenaar, bestuurder of interne toezichthouder) opvragen. Ook kan het CIBG een onderzoek starten op grond van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet Bibob).

Wilt u meer weten?

Bekijk veelgestelde vragen en antwoorden over Vergunning en Intern toezicht.

Brochure

Meer informatie over het doel van de vergunningplicht, de toezichthouders en welke regels er gelden, vindt u in de Wtza brochure Toezicht.

Infographic vergunning en intern toezicht

Klik op de afbeelding om de infographic te downloaden.